Bericht

10-7-2016 | Over zelfinzicht n.a.v. Psalm 51

Inleiding

Ik herlas deze weken een hoofdstuk uit het boek Unapologetic van de Engelse schrijver Francis Spufford (1964). Prachtig geschreven en vertaald onder de lange titel: Dit is geen verdediging! Waarom het christendom ondanks alles verrassend veel emotionele diepgang heeft. Hij wil weifelaars laten zien dat je als gelovige je intelligentie, geestigheid en emotionele eerlijkheid niet overboord hoeft te zetten. Dat is zijn punt en hij weet het zeer overtuigend te maken. Hij verzet zich tegen de talrijke gemakzuchtige vooroordelen dat naar de kerk gaan betekent dat je in prehistorische onzin gelooft, dat gelovigen per definitie dogmatisch zijn en zichzelf altijd beter vinden dan de rest. Hij verzet zich tegen de suggestie dat geloven niet alleen achterlijk is, maar ook nog lachwekkend en bovendien, en dat is echt pijnlijk, nergens voor nodig: religie is een sneue schijnvertoning, een nerveus verzet tegen de werkelijkheid. Allemaal onzin.


Voor Spufford is het gek genoeg precies andersom. In zijn beleving is geloof de meest intense vorm van aandacht voor de dingen waartoe we als mensen in staat zijn. Het geloof vraagt van hem illusie na illusie op te geven, terwijl het gezond verstand tegenwoordig voortdurend van ons lijkt te vragen om te doen alsof. 'Je hoeft alleen maar te genieten' dat is de boodschap van de hardcore hobbyisten van het ongeloof. Wonderlijk genoeg komt dit genieten zelfs voor in die beroemde slogan op de Londense bussen: 'God bestaat waarschijnlijk niet. Dus maak je niet ongerust en geniet van het leven' (There is probably no God. Now stop worrying and enjoy your life). Je hoort het overal: Geniet van het leven. Begrijp mij, hem goed. Genieten is fijn. Hoe meer je kunt genieten hoe beter. Maar genieten is slechts één emotie. Het leven bestaat uit veel meer emoties die je in beslag nemen. Een heel scala, een spectrum van donker en licht. En hoe verhouden we ons nu tot die andere donkere kanten van ons leven? We lezen uit het boek Psalmen de biecht van koning David na zijn affaire met Batseba en vooral na het uit de weg ruimen van haar echtgenoot Uria. Wat heeft hij gedaan en hoe gaat hij na zoveel genieten en zoveel geweld hier voor het aangezicht van God mee om? Psalm 51 is een van de klassieke Bijbelse teksten over zonde en schuld die ook grote invloed heeft gehad op de liturgie van de christelijke kerk. Fasten your seatbelts, zou ik zeggen. Houd je vast, dit gaat over een kernmoment in zijn leven.

 

Overdenking

Koning David zal erg genoten hebben van Batseba en uiteindelijk na een diepe crisis krijgen ze Goddank opnieuw nog een kind: Salomo die koning zal zijn in een rijk van liefde en vrede. Maar zover is het nu nog niet. Er is nu meer dan genieten. Er is ook in ons leven het hele spectrum van menselijke emoties in alle breedte en diepte. Er is hoop, verveling, nieuwsgierigheid, zorg, irritatie, angst, vreugde, verbijstering, haat, tederheid, wanhoop, opluchting, uitputting en ga zo maar door.

Het leven is niet eendimensionaal. Het is net zo onzinnig om te zeggen dat je genieten moet van het leven als dat je zegt dat je je hele leven moet bibberen van angst of moet juichen en springen van opgewonden verwachting. Het is echt te simpel, maar onschuldig is het niet. Dat gedoe over genieten suggereert dat genieten de natuurlijke toestand is van mensen. Misschien is er daarom wel zoveel onvrede in dit land? Zijn het de mooie reclamepraatjes met een eenzijdig rooskleurig beeld van de werkelijkheid? Tel je alleen mee als je knappe vrijgezel bent tussen de 20 en 35 met van die spierbundels, een prachtig figuur en fijn besteedbaar inkomen. Je zou gaan denken dat de meerderheid van de mensen jong is , sterk en vrij.

Eigenlijk is dat ongepast. Het zet iedere mens die niet geniet in de kou. Ieder die dat niet lukt, ten deel valt, voor elkaar krijgt is een loser voor wie er geen uitzicht is. Er is geen hoop en geen troost, alleen eigen schuld, dikke bult en alles is jouw probleem. Augustinus noemde dit 1500 jaar geleden al 'wreed optimisme' en wreed is het nog steeds voor alle mensen die in de shit zitten, de weg kwijt zijn, verstrikt raken, chronisch zieken, mantelzorgers, mensen met een ernstige beperking, verslaafden, kansarmen en kanslozen. Al die momenten en perioden en tijden dat het leven gewoon pijn doet, problematisch is, chaotisch, wreed, oneerlijk, te pijnlijk voor woorden.

Hoe kijken we naar mensen eigenlijk? Daar raken we aan een klassieke eeuwenoude discussie over de menselijke natuur. Daar vallen beslissingen ten positieve en ten negatieve. De mens is tot alle goeds in staat versus de mens is tot niets goeds in staat. Spufford schrijft dat het inderdaad een geliefd idee is dat mensen diep van binnen deugen, goed zijn van nature, en alleen slechte dingen doen omdat we door uiterlijke oorzaken, door kwaadaardige machtsstructuren in onze wereld uit vorm zijn geraakt. Zie ik mensen instemmend knikken? Mooi vrijzinnig? Spufford stelt dat dit wensdenken is van mensen die bang zijn voor zichzelf.

Hij vindt in de christelijke traditie een denken over het leven dat deze ongemakkelijke kanten van het leven niet uit de weg gaat. Hij vindt troost die niet gebaseerd is op een goedkope fantasie over onszelf die uiteenspat zodra zij met de alledaagse waarneembare waarheden over de mens wordt geconfronteerd - of die nu goed of slecht zijn, of een beetje ertussenin. Hij vindt een geloof dat troost biedt, geloofwaardige troost omdat het de schaduwzijden niet ontkent, maar onderkent. Geloof dat vaste grond zoekt om te hopen ondanks de ellende, of zelfs vanwege de ellende. Met de vingers uit de oren en al het lawaai van de gecompliceerde wereld erin- ongecensureerd.

Volgens Spufford gaat het in het begrip zonde om wat hij met een afkorting noemt de MNoDtV. Wat is dat? Excuus, de Menselijke neiging om de boel te verkloten. Of nog specifieker de menselijke neiging om dingen te verkloten. Niet de geneigdheid om wat te dwalen, te struikelen en per ongeluk iets te verprutsen, onze passieve rol als vertegenwoordigers van de chaos. Nee, bedoeld is onze actieve neiging om dingen stuk te maken,'dingen' als gemoedstoestanden, beloften, relaties waar we om geven, ons eigen welzijn en dat van anderen, maar ook materiële voorwerpen waarvan het gepolijste uiterlijk ons uitnodigt tot een dikke vette kras.

Ik vind dit een intrigerende golflengte. Misschien herkent u er iets van uzelf in? Wie weet, God weet. Je kunt in je leven heel ver komen zonder aan te lopen tegen je persoonlijke neiging om enz enz. Ja, als je gezegend bent met een slecht geheugen of het leven steeds van de zonnige kant bekijkt, is het mogelijk om de rit ongeschonden uit te zitten, ook als de storm om je huis huilt. Maar de meesten van ons lopen er een keer tegenaan en maken- als is het maar voor een uur, een dag of een jaar kennis met deze menselijke neiging. We doen die zelfkennis op tijdens die klassieke mislukkingen in ons volwassen leven: als je huwelijk stuk loopt, je carrière in het slop raakt of strandt, je in nare conflicten verzeild raakt, je relatie verdampt en je je kind alleen nog op zaterdagen ziet, als blijkt dat je niet alleen cocaïne snuift voor de lol maar er een gewoonte van hebt gemaakt die alle hoop en elke droom verlamt. Groot en dramatisch, Boris Johnson en Nigel Farage, maar ook op een onbewaakt moment dat je ogen opengaan voor het minder aantrekkelijke dat er ook is: de chaos in je leven, de disharmonie, de elkaar tegengestelde, elkaar tegensprekende verlangens. Iets heel graag willen en tegelijk ook helemaal niet. Je aanleg voor de klucht of de tragedie, meer dan voor de happy end. Inderdaad, we kunnen dingen verkloten. Dat gebeurt, dat is menselijk, zo zitten we ook in elkaar, dit maken we dag in dag uit mee.

Voor Spufford is dit dus troost! Hij vertelt dat hij na de zoveelste uitzichtloze en voorspelbare ruzie met zijn vrouw mistroostig in een koffiehuis zichzelf zat te verplegen met een cappuccino. De eigenaar zette een cdtje op met het klarinetconcert van Mozart, het middelste gedeelte, het Adagio. Die lome eenzame melodie die geleidelijk  een soort zwijgzame tederheid krijgt, een kalme vreugde zonder te ontkennen dat er verdriet is. Toen ontdekte hij die andere ruimte: Alles waar je bang voor bent is waar. En toch. Alles wat je fout gedaan hebt was fout, gruwelijk fout. En toch. De wereld is veel groter dan je vreest, veel groter dan het zich herhalende gebabbel in je hoofd. Jij bent lang zo goed niet als je denkt, de ander lang zo slecht niet.
Toen is hij wat gaan ervaren van wat in de christelijke traditie bedoeld wordt met zonde en genade. Het opende hem de ogen voor het destructieve dat er ook in ons is. Het zijn geen ongelukjes die ons stiekem overkomen. Nee, ze zijn deel van onze menselijke natuur. We kunnen zowel wreed als teder zijn. We kunnen liefhebben en er tegelijk behagen in scheppen om te liefde te verkwanselen en te verdoen. Ja, natuurlijk willen we graag dat het niet waar is. Onze hele cultuur is er op gericht om die stekelige waarheid te verbergen. We doen net alsof we kunnen zijn wat we willen zijn.

Ik was op Iona vorige maand. Het trof me opnieuw hoe er in de ochtendliturgie een plaats is gevonden om met dit gegeven op een effectieve en hoopvolle wijze om te gaan. Creatief en intelligent, spiritueel en relevant. Niet dat eeuwige voorspelbare gezucht over zonde en schuld, evenmin de vrijzinnige gemakzucht die alles aan de kant schuift. Maar een heen en weer tussen die twee polen van ons leven. In twee gebeden. Uitgedaagd tot zelfkennis, zelfinzicht, tot een hoopvol zondebesef:

A. Voor God, en met Gods mensen,
  belijd ik mijn gebrokenheid:
  mijn eigen leven doe ik tekort,
  anderen doe ik geen recht,
  en ik beschadig de schepping.

B. Met de gehele kerk bevestigen wij
   dat wij geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis,
   als vrienden van Christus, gesterkt door de Geest.
   Met mensen van overal
   bevestigen wij
   dat Gods goedheid in het hart van de mensheid,
   Dieper geplant is dan al wat verkeerd is.

Er is een tekort, we maken fouten, er zijn dingen die je onder ogen moet leren zien, het is Davids grootheid, maar je kunt ook veranderen en een nieuwe weg inslaan. Wij zijn niet machteloos. Er is altijd weer die ruimte om te midden van gebrokenheid en pijn, te groeien en te helen en opnieuw mens te worden naar Gods hart.

Het sterke vind ik dat het je zelfinzicht oplevert, eerlijkheid en echtheid. Dat je oog krijgt voor waar je staat en aan zou kunnen werken. Maar vooral schept zo'n weten een lotsverbondenheid tussen mensen. Kwetsbare sterke mensen met hun falen en feilen, hun lek en gebrek, hun pijn , hun dikke of dunne ik, gevangen in een web van blinde vlekken,waarheid en illusies. Wij zijn allemaal mensen, niemand is perfect, we schieten allemaal ook tekort. Wij hoeven ons niet te verbazen noch te verheffen boven anderen.

We zijn allemaal geroepen om te leven, te leren leven met ons tekort, en dat van de ander. Maar ook met ons geloof, hoop en liefde. En daarom is er nog dat derde gebed in de ochtendliturgie: Wees onder ons, God en schenk ons leven. Schep in ons een rein hart en vernieuw onze geest. Dat wij vieren het wonder van het leven, uw wegen die zich ontvouwen, U werkzaam voor eeuwig in onszelf en in onze wereld. Amen

Gerke van Hiele

+