Bericht

32-10-2016 | Over de aesculaap en genezing, n.a.v. Numeri 21:4-9

Inleiding

Waar waren we gebleven op onze tocht door de woestijn? Hanneke plaatste ons al midden in het verhaal van vanmorgen over de slang op de staak. Een cruciale episode op de tocht van het volk door de woestijn op weg naar het land van belofte, van melk en honing. Onderweg gebeurt er van alles. Er komt crisis, de ene na de andere. Het spant er om en vorige keer stonden we stil bij het verhaal van de verspieders die een kijkje gingen nemen. Zij kwamen terug met een grote druiventros, maar ook met angst in hun hart.

Veel zit inderdaad in ons hoofd. In een existentiële spirituele lezing van verhaal zijn dat de beren op de weg. Daar moet je een beetje mee uitkijken. Misschien is er ook een echte beer op de weg, maar beren in meervoud zijn in ieder geval ook producten van je verbeelding waarin alles steeds groter wordt en de proporties uit beeld verdwijnen. Vanmorgen zijn we een fase verder in het verhaal en komen er andere problemen aan het licht. Het volk mort en klaagt en dit leidt wonderlijk genoeg tot zelfinzichten uitzicht op genezing.

 


Overdenking

Eerst maar even een goed woordje voor het geklaag van het volk. Natuurlijk gaat het in deze verhalen over loutering en zuivering, maar zondergeklaag gaat dit doorgaans niet. We kunnen ook te positief zijn over wat ons overkomt en wat we te leren krijgen alsof alles wel ergens goed voor is en we later allemaal kunnen terugblikken op wat fijn dat we dit allemaal geleerd hebben. Positief denken kan ook een vorm van dichtsmeren zijn die niet helpt en die iets ontkent wat eerst wel gehoord en gevoeld en geleefd mag worden. Mopperen is zo gek nog niet, kan zelfs een gezelschapsspel zijn, een cultuur, een verworvenheid van een volk, waar een klein volk al niet groot in kan zijn.

Het is ook niet zo gek dat er gemord wordt. De weg is lang, langer dan ze dachten. Dit is een universele menselijk ervaring. Judith Herzberg dichtte:

    Het duurt altijd langer dan je denkt,
    ook als je denkt
    het zal wel langer duren dan ik denk
    dan duurt het toch nog langer
    dan je denkt.

     Het kost meer moeite dan je denkt
    ook als je denkt
    het zal wel veel meer moeite kosten dan ik denk
    dan kost het toch meer moeite
    dan je denkt.

Want de weg is lang en zwaar en de woestijn onbarmhartig. Keer op keer zijn er tegenslagen. Ditmaal moeten ze een omweg maken, om Edom heen, en onderwegworden ze ongeduldig. Ongeduldigis zo'n woord voor jengelende kinderen op de achterbank. Zijn we er al? Het klinkt alsof ze geduldig zouden moeten zijn (NBV) . Meeste vertalingen geven dit, maar ik heb het even nagezocht en er zijn uitzonderingen, dichterbij het Hebreeuws (Naardense Bijbel): de bezieling van de gemeente is niet toereikend op de weg (Num 21:4b). Dat trof me. Het heeft een andere kleur. De moed zinkt hun blijkbaar in de schoenen, de bezieling is weg. Hun ziel, hun nefesj is er uit. De King James vertaling geeft: and the soul of the people was much discouraged because of the way. (King James ).

Hanneke wees er net al op dat er een element van confrontatie zit in dit verhaal. Genezing start met het recht aankijken van dat wat aandacht, genezing behoeft. Mij trof dat de slang op de staak werd gezet. Dat wat doodt, dodelijk is, giftig wordt tentoongesteld. Het heeft ook iets van een diagnose, er wordt een beeld gevormd van de kwaal die het volk trof en die het vervolgens onder ogen ziet. Zonder diagnose geen therapie. Soms moet je eerst uitdokteren waar het kreng zit. Pas als het beestje een naam heeft, kun je hem opsporen, en soms ook onschadelijk maken. Kijken naar wat er scheelt, naar wat er misging kan helend zijn. Inzicht in de bron van het kwaad kan de bron van genezing zijn.

Het mooie is dat het volk zelf tot inzicht komt. Zij leggen het verband tussen hun gedrag, hun gejammer en gejeremieer en de dodelijke beten van de slang.Soms is klagen prima, maar ergens is er een omslagpunt waar mopperentot kankeren wordt en de mix giftig, bedwelmend en ziekmakend. Alsof je dan samen valt met wat er niet is en niet meer ziet wat er wel is en wat er echt speelt.Dan ontstaat er blikvernauwing, een tunnelvisie. Soms is er zoveelvenijn dat het de doodsteek is voor het laatste restje geloof en vertrouwen.Dat is wat hier aan de hand is. Dat is wat hen onderweg dreigt te nekken.

Ze zien zelf het verband. Ze hebben God verwijten gemaakt: waarom zijn we weggegaan uit Egypte, er is geen brood, geen water en het manna komt ons de neus uit. Als de giftigheid om zich heen grijpt, de slangen gaan bijten en er slachtoffers vallen, gaat hen iets dagen. Ze maken een connectie, een link. Die slangen zijn er niet zomaar. Die slangen komen van God. God is in dit verhaal giftig en straft onmiddellijk. Doorgaans niet hoor, er is nog tijd, maar vandaag even niet. Dat is lastig. Dit zijn ongemakkelijke gedachten dat mogelijk niet alles zomaar uit de lucht komt vallen.

Je moet er ook een beetje mee uitkijken met zulke redeneringen. De Zeeuwse zware dominees zagen ook altijd een glashelder verband tussen de watersnood van 1953 en de zondige staat van de mens. Dat is best kort door de bocht. Of is het naïef om niet naar een verband te kijken en er stilletjes van uit te gaan dat wat ons toevalt altijd toeval is? Hoe zit dat eigenlijk? Wat wil dit zeggen? Dat geldt wie weet voor die ooievaars op het dak van de kerk, vast ook voor die beren op de weg , maar ook voor die slangen?

Zo wordt de slang op de staak, deze Bijbelse aesculaap een sterk beeld van dood en leven, van ziekte en genezing, van fouten en falen én van inzicht en heling. Eeuwenlang zag men in deze slang een directe verwijzing naar het kruis van Christus (Joh 3:14-15). Nota bene! Kijk goed! Zie de werkelijkheid onder ogen. Alleen dan is er hoop op genezing. Alles beter dan wegkijken, kop in het zand steken, alles uit je handen laten vallen of doen alsof je neus bloedt te midden van het gekonkel, de jaloezie, allergieën die soms met mensen op de loop gaan.

Geen zondagse gevoelens, inderdaad, maar ze spelen een rol waar mensen zijn, op school, in de klas, op werk en in de kerk, in organisaties en relaties. We komen het bijna allemaal tegen op momenten van ons leven. Niet iets in een woestijn van toen, maar inde woestijn van ons leven. Die tijden dat er allemaal verhalen worden verteld, maar jij je niet laat inpakken. Niet tenminste wanneer je diep voelt dat iets niet klopt, gewoon niet klopt. Niet wanneer je ziet dat mensen er ziek worden en soms zelfs gewoon aan kapot gaan. Dan mag je alle restjes geloof, hoop en liefde bij elkaar schrapen om de slang op de staak te steken en met anderen te ontdekken wat er echt speelt. Op tafel. De Eeuwige houdt vooral van tafels, ook van slang, als mensen maar dat ene vorkje prikken en er weer toekomst kan zijn en leven. Amen

Gerke van Hiele

+